Zorg voor onze leerlingen

Omgaan met verschillen

Elk kind is uniek en daardoor verschillend. Het onderwijs aan onze kinderen moeten wij af stemmen op hun basisbehoeften als voorwaarde voor het bereiken van optimale resultaten. Een van de beleidspunten in de Wet op het Basisonderwijs is dat scholen moeten zorg dragen voor een structuur, waarin aandacht besteed wordt aan verschillen in aanleg en ontwikkeling van de individuele kinderen. Het doel van de wetgever is: zoveel mogelijk kinderen binnen het “gewone” basisonderwijs te houden; de doorstroom naar het speciaal onderwijs te beperken tot kinderen die écht vast dreigen te lopen. Daarom is het van belang de ontwikkeling van het kind goed te volgen en het onderwijsaanbod daarbij te laten aansluiten.

Verschil in zorg

Uitgaande van het feit dat elk kind uniek is, moeten wij accepteren dat niet elk kind de instructie op dezelfde wijze zal ervaren. De één heeft meer behoefte aan instructie dan de ander.
Dit geldt ook voor het verwerken van alle leerstof. Niet alle kinderen zullen alle leerstof kunnen verwerken. De leerkracht én het kind proberen de mogelijkheden te optimaliseren. Bij de keuze van een nieuwe methode zal er ook kritisch gekeken worden naar de mogelijkheid tot zelfstandige verwerking, differentiatie en naar omgaan met verschillen.

Het bereikbare uit het kind halen, houdt ook in dat het ene kind meer zorg en begeleiding vraagt dan het andere. Op school bestaat een leerlingvolgsysteem waarmee de doorgaande ontwikkeling op leer–, sociaal- emotioneel en motorisch gebied van elk kind gevolgd wordt. Kinderen die na observatie en/of toetsing opvallen, worden extra gevolgd en ondersteund. Verwijzing naar externe hulpverleners behoort tot de mogelijkheden. De zorgstructuur wordt bewaakt en uitgevoerd door de intern begeleider leerlingenzorg (IB-er) in samenwerking met de leerkracht.